Koninginnedag vs. Koningsdag: er is er toch maar één?

De tussen-n en de tussen-s: weer twee heerlijke voorbeelden van hoe de Nederlandse taal zo ingewikkeld mogelijk wordt gemaakt. Vroeger leerde ik altijd dat het Koninginnedag is, omdat er maar één koningin is. Maar hoe zit dat dan met Koningsdag? Daar hebben we er toch ook maar één van? En is Koninginnensoep dan gemaakt van meerdere koninginnen?

De tussen-n

Volgens de officiële regel schrijf je een tussen-n als het eerste deel van het woord een zelfstandig naamwoord is met een meervoud dat alleen eindigt op -en. Daarom schrijven we dus pannenkoek. Als het zelfstandige naamwoord ook een meervoud heeft dat eindigt op -s, krijg het woord geen tussen-n. Groentetuin, bijvoorbeeld.

Zoals iedere leuke Nederlandse grammaticaregel, heeft ook deze genoeg uitzonderingen:

  • Het eerste deel van de samenstelling verwijst naar een persoon of zaak die in deze context uniek is.

Daar hebben we onze Koninginnedag! De koningin is hier uniek, daar hebben we er maar één van, en daarom wordt er geen vijfde n aan de samenstelling toegevoegd. Koninginnenhapje verwijst niet naar onze koningin, maar naar het lievelingsgerecht van Marie Leszczynska, de vrouw van Lodewijk XV. Daarom schrijven we hier wel een tussen-n.

  • Het eerste deel van de samenstelling is versterkend bedoeld, en de samenstelling als geheel is een bijvoeglijk naamwoord.

Voorbeelden hiervan zijn apetros en boordevol. Deze uitzondering geldt niet als het eerste deel een soort eenheid of vergelijking aangeeft: mijlenver (‘zoveel mijlen ver’) en ravenzwart (‘zo zwart als een raaf’).

  •  Versteende samenstellingen

Deze samenstellingen bestaan oorspronkelijk wel uit twee verschillende woorden, maar zijn door de jaren heen een begrip op zich geworden. Voorbeelden zijn nachtegaal, bakkebaard en schattebout.

  • Als het eerste woord een persoon aanduidt en de mannelijke en vrouwelijke vorm enkel van elkaar verschillen doordat de vrouwelijk vorm het achtervoegsel –e heeft.

In dat geval gaan we uit van de mannelijke vorm. Dit geldt bijvoorbeeld bij studente en de meervoudsvorm studentes. Hoewel dit meervoud op -s ­eindigt, gaan we uit van de mannelijke vorm. Vandaar dat studentenzwangerschap geheel valide is.

De tussen-s

Hoe zit het dan met die s? Het verschil tussen de regels die gelden voor Koninginnedag en Koningsdag, is dat bij de tussen-n invloed heeft op de betekenis van een woord. Het roept namelijk de gedachte aan meervoud op. Vaak is het echter gewoon een overgangsklank. De tussen-s heeft geen invloed op de betekenis, en fungeert alleen als verbindingsklank.

In tegenstelling tot de tussen-n, is het gebruik van de tussen-s een stuk vrijer. Officieel kun je ervan uit gaan dat als het merendeel van de mensen een –s uitspreekt, deze ook in de samenstelling thuis hoort. Het gebruik van de tussen-s is dus heel persoonlijk. Wel zijn er een aantal richtlijnen:

  • Als het eerste deel een werkwoordstam is, wordt de -s meestal weggelaten.

Voorbeelden zijn antwoordapparaat en looproute.

  • Als het tweede deel van een woord met een sisklank (s of z) begint, is het vaak moeilijk te horen of een tussen-s gebruikt moet worden. Dit kan duidelijker worden als je de samenstelling in een samentrekking gebruikt.
    • Meisjesstemmen want meisjes- en vrouwenstemmen
    • Rijkeluiszoontje want rijkeluiskind of – zoontje
  • In geval van zulke samenstellingen, kan het tweede deel ook vervangen worden door een ander woord. Stationshal bijvoorbeeld, in plaats van stationschef.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *