Driewerf alaaf! De betekenis en herkomst van carnavalswoorden

Hoewel het dit jaar te betwijfelen valt in hoeverre carnaval kan doorgaan, liggen er nog veel mooie carnavalsjaren in het vooruitzicht! Zeker in Limburg houden we van vasteloavend en alle feesten en tradities die erbij horen. Maar wanneer jij enthousiast “Alaaf!” roept en uitkijkt naar vasteloavend, carnaval en nonnevotten, weet je dan eigenlijk wel wat dit betekent? Tijd om te duiken in de betekenis en herkomst van vijf veelgebruikte carnavalstermen.

 

Carnaval

Carnaval is van oorsprong een katholiek feest, dat vlak voor de vastentijd aanbrak. Iedereen mocht nog enkele dagen uitbundig genieten en zich gek gedragen voordat het sobere vasten begon. De Nederlandse term carnaval werd voor het eerst genoteerd in 1673. Er zijn verschillende theorieën over hoe dit woord is ontstaan, maar volgens de meest voorkomende is het ontstaan uit een samentrekking van het Latijnse carne (vlees) en vale (vaarwel). Tijdens de vastentijd werd namelijk geen vlees gegeten. Carnaval was dus een feest om het vlees vaarwel te zeggen. Een andere theorie is dat carnaval een verbastering is van het Latijnse carrus navalis (een scheepskar als deel van een optocht).

 

Alaaf

Alaaf! Alaaf! Alaaf! Tijdens carnaval hoor je het overal. Deze vrolijke uitroep is vanuit het Keuls via Maastricht in Nederland terechtgekomen. Ook het ontstaan van deze term kent verschillende theorieën:

  1. Het is ontstaan uit de Duitse uitspraak all ab, dat ‘alles aan de kant’ betekent. Net als bij carnaval heeft dit te maken met de vastentijd. Al het goede eten en drinken moest op voordat deze sobere periode begon.
  2. Het komt van het Keltische woord alaf dat ‘geluk, heil’ betekent.
  3. Het is een verbastering van het getal elf. Wat dit voor carnaval betekent? Daar kom ik later in dit artikel op terug. Volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands is deze theorie echter onwaarschijnlijk, omdat dit verband pas later is gelegd.

 

Vasteloavend

Eigenlijk wordt in Limburg geen carnaval gevierd. Hier vieren ze namelijk vasteloavend, oftewel vastenavond. Het is namelijk de avond voordat het vasten begint. Deze vastentijd duurt tot Pasen, dus mensen hadden reden genoeg om nog eens goed los te gaan voordat ze veertig dagen moesten vasten en bezinnen. De term is afkomstig van het Middelnederlandse vastelavent. Op basis hiervan is er ook nog een andere theorie. Volgens deze is vastel verwant is aan het Duitse faseln, wat ‘leuteren, zwammen’ betekent. In dit geval betekent vasteloavend dus een avond voor zwammende dwazen.

 

Nonnevotten

Drinken, eten, gek doen en genieten! Dat is waar carnaval tegenwoordig om draait. Daar horen natuurlijk ook typische gerechten bij. Eén van deze gerechten is een gebakje in de vorm van een strik. Dit gebak, dat oorspronkelijk uit Sittard komt, is in Limburg bekend als nonnevot of sjtrik. De herkomst van deze laatste benaming is logisch, het lijkt namelijk op een strik. Maar de term nonnevot (Limburgs voor de kont van een non)? Mogelijk is dit ontstaan omdat het gebakje lijkt op de strik die nonnen op hun kont droegen. Een andere verklaring gaat terug naar de zeventiende eeuw, waarin de zusters Franciscanessen een klooster in Sittard hadden. Mensen brachten lompen en vodden naar het klooster brachten, zodat de opbrengst hiervan aan de armen werd geschonken, en kregen het frituurgebak van de zusters.

 

Elf

Ik heb het al even aangekaart, het getal elf is heel belangrijk tijdens carnaval. Je komt het overal tegen: de elfde van de elfde (11 november), jubilea die om de 11 jaar worden gevierd, de Raad van Elf, veel carnavalsactiviteiten die om elf minuten over het hele of halve uur beginnen en ga zo maar door. Elf is het gekkengetal (een woord dat weer uit elf letters bestaat) en daarom uitermate geschikt voor carnaval. Maar waarom? Dit heeft vooral te maken met het getal zelf. Het staat namelijk tussen de 10 (het getal van perfectie) en de 12 (het heiligengetal). Daarnaast is het ook een geluksgetal, omdat het bestaat uit twee keer een 1. Dit cijfer staat weer voor eendracht en gelijkheid. En tijdens carnaval is iedereen gelijk!